Waterafvoer van een plat dak: zo werkt het en dit gaat mis

Titelkaart met tekeningen van dakafvoer

Waterafvoer van een plat dak: zo werkt het en dit gaat mis

Een plat dak is nooit helemaal plat. Het ligt met een licht afschot naar één of meer afvoerpunten, en van daaruit loopt het regenwater via een regenpijp of spuwer weg. Gaat daar iets mis, dan blijft er water op uw dak staan. Dat kan komen door te weinig afschot, een verstopte afvoer of een dak dat in de loop der jaren is doorgezakt. Hieronder leest u hoe een goede waterafvoer in elkaar zit, wanneer een plas op het dak een probleem wordt, wat een noodoverstort is en wanneer die verplicht is. Ook leest u wanneer u er het beste een dakdekker bij kunt halen.

Dakcentralehollandbv
Voorkom schade door stilstaand water
Laat uw platte dak controleren op afvoerproblemen. Dakcentrale Holland biedt een gratis dakinspectie met foto’s van de situatie.

Vraag een dakinspectie aan

Kort samengevat

  • Een plat dak heeft afschot nodig naar de afvoerpunten. Bij lichte daken van hout of metaal wordt minimaal 1,6% aanbevolen, dus 1,6 cm per meter.
  • Tot 100 m² dakoppervlak hoort er minstens één afvoer te zijn, boven 100 m² minstens twee.
  • Water dat blijft staan is niet altijd acuut, maar het versnelt slijtage, en bij lichte daken kan het gewicht de constructie laten doorbuigen.
  • Een noodoverstort voert water af als de gewone afvoer verstopt raakt. Bij lichte platte daken met stalen dakplaten op een stalen draagconstructie is die wettelijk voorgeschreven.
  • De meeste problemen beginnen bij bladeren, mos en vuil in de afvoer. Een vaste controle voorkomt veel schade.

Inhoudsopgave

Hoe de waterafvoer van een plat dak werkt

De afvoer van een plat dak bestaat uit drie onderdelen die samen moeten kloppen: het afschot van het dakvlak, de afvoerpunten en de leiding die het water naar beneden brengt. Is één van die drie niet in orde, dan werkt het geheel niet goed.

Drie onderdelen van dakwaterafvoer

Afschot: de helling die u niet ziet

Afschot is de lichte helling in het dakvlak die het water naar de afvoer stuurt. Met het blote oog ziet u die vaak niet, maar bij een flinke bui merkt u direct of hij er is. Volgens de technische gids van IKO over dakafvoeren ligt de gangbare helling tussen 1 en 3 graden, zodat het water vlot wegloopt. Voor flexibele daken met een draagconstructie van hout of metaal raadt het technisch handboek regenwaterafvoer van Wavin een minimum van 16:1000 aan, oftewel 1,6 cm hoogteverschil per meter.

Dat verschil lijkt klein, maar het is precies wat nodig is om plassen te voorkomen. Op een dak van 5 meter diep gaat het om zo’n 8 centimeter hoogteverschil tussen de hoogste rand en de afvoer. Wilt u weten hoe afschot wordt aangebracht bij een bestaand dak? Op onze pagina over afschot op een plat dak leggen wij de mogelijkheden uit, van afschotisolatie tot het bijstellen van de onderconstructie.

Ook de dakrand zelf moet goed afwateren. De Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen schrijft voor dat het bovenvlak van een dakopstand minimaal 2 graden naar het dakvlak afwatert. Zo loopt het water niet langs de gevel naar beneden en voorkomt u vuile strepen en vorstschade.

Afvoerpunten op de laagste plek

Een afvoer werkt alleen als hij op het laagste punt van het dak zit. De IKO-gids adviseert om de afvoer bij voorkeur in een kleine verdieping in de dakvloer te plaatsen, zodat het water er vanzelf naartoe stroomt. Zit de afvoer een paar millimeter te hoog, bijvoorbeeld door een dikke laag dakbedekking rond de opening, dan blijft er altijd een plas rond de afvoer staan.

Het aantal afvoeren hangt af van de grootte van het dak. Volgens de richtlijnen van BDA, zoals beschreven in de IKO-gids, is er bij een dakoppervlak tot 100 m² minstens één afvoer nodig en bij meer dan 100 m² minstens twee. Voor een gewone uitbouw of garage volstaat dus vaak één afvoer. Bij een groot plat dak van een appartementencomplex of bedrijfspand zijn er meer nodig, mede zodat er een reserve is als één afvoer verstopt raakt.

De juiste capaciteit

Hoeveel water een afvoer en de regenpijp kunnen verwerken, wordt berekend. De rekenregels daarvoor staan in NEN 3215 en NTR 3216. De benodigde doorsnede van de regenpijp hangt dus af van het dakoppervlak, het aantal afvoeren en het type afvoer. Een vaste maat die voor elk dak geldt, bestaat niet. Wordt een dak vergroot, bijvoorbeeld door een uitbouw die op dezelfde afvoer aansluit, dan is het verstandig de capaciteit opnieuw te laten beoordelen.

Soorten afvoeren voor een plat dak

Er zijn grofweg twee richtingen waarin het water het dak kan verlaten: horizontaal door de dakrand of gevel, of verticaal door het dakvlak naar beneden. Beide zijn in de IKO-gids beschreven. In de praktijk komt u deze vormen het meest tegen:

Type afvoer Hoe het werkt Waar u het vaak ziet Let op
Verticale dakafvoer (onderuitloop) Het water loopt via een opening in het dakvlak recht naar beneden in een binnen- of buitenleiding Uitbouwen, garages, grotere platte daken Moet op het laagste punt zitten, heeft een bladvanger of kiezelkorf nodig
Horizontale afvoer (spuwer of stadsuitloop) Het water loopt via een opening in de dakrand naar een vergaarbak of regenpijp aan de gevel Rijtjeswoningen, bergingen, dakkapellen De aansluiting op de dakbedekking is een kwetsbaar punt
Dakgoot langs de rand Het water stroomt over de dakrand in een goot en vandaar naar de regenpijp Kleinere daken en overkappingen Goot raakt snel vol met blad
Noodoverstort Een extra opening in de dakrand, iets hoger dan de gewone afvoer, die alleen werkt als het water te hoog komt Lichte platte daken, grotere daken, VvE- en bedrijfspanden Moet zichtbaar uitstromen, zodat u merkt dat er iets mis is

Welke afvoer het beste past, hangt af van de constructie, de gevel en de plek van de bestaande regenpijp. Bij een renovatie van een bitumen plat dak is dat het moment om de afvoer zo nodig te verplaatsen of een extra afvoer toe te voegen.

Waarom blijft er water op uw platte dak staan?

Een plas op het dak na een bui is een signaal. Meestal is de oorzaak één van deze vijf:

  1. Verstopte afvoer. Bladeren, takjes, mos, zand en vogelnesten hopen zich op in de afvoer of de bladvanger. Dit is veruit de meest voorkomende oorzaak.
  2. Te weinig of geen afschot. Vooral bij oudere daken is er bij de aanleg te weinig helling aangebracht, of helemaal geen.
  3. Doorgezakte dakconstructie. Houten balken en dakplaten kunnen in de loop der jaren doorbuigen. Het water verzamelt zich dan midden op het dak in plaats van bij de afvoer.
  4. Afvoer te hoog geplaatst. Door extra lagen dakbedekking bij eerdere reparaties ligt de rand van de afvoer soms hoger dan het dakvlak eromheen.
  5. Plooien en naden in de dakbedekking. Opstaande naden of blazen in bitumen houden water tegen, waardoor kleine plassen ontstaan.

Meer over de oorzaken en oplossingen leest u op onze pagina water op een plat dak.

Wanneer is een plas een probleem?

Een paar kleine, ondiepe plassen die na droog weer snel verdwijnen, zijn op een ouder dak niet direct reden tot paniek. Wel is het een teken dat de afvoer of het afschot niet optimaal is. Het wordt een probleem als:

  • de plas na een paar droge dagen nog steeds staat;
  • de plas bij elke bui groter of dieper wordt;
  • er groene aanslag, mos of zand achterblijft op de plek waar het water stond;
  • u binnen vochtplekken op het plafond ziet onder dat deel van het dak;
  • het dak een lichte constructie van hout of staal heeft.

Dat laatste punt is belangrijker dan veel mensen denken. Het Wavin-handboek beschrijft hoe wateraccumulatie werkt: als het water niet snel genoeg wegloopt, buigt de dakconstructie door onder het gewicht. Daardoor ontstaat op het laagste punt een diepere kuil, waarin nog meer water blijft staan. In het ergste geval kan het dak bezwijken. Ziet u dat een plas op uw dak elk jaar groter wordt, of hoort u bij zware regen gekraak, ga dan niet zelf het dak op en laat de constructie beoordelen door een dakdekker of constructeur.

Ook zonder dat risico kost staand water geld. Op plekken waar water lang blijft staan, slijt de dakbedekking sneller door vuil, algen en vorst. Hoe lang uw dakbedekking nog meegaat, hangt daar mede van af. Op onze pagina over de levensduur van een bitumen dak leest u waar u op kunt letten.

Noodoverstort op een plat dak: wat het is en wanneer het moet

Een noodoverstort, ook wel noodoverloop of noodafvoer genoemd, is een extra afvoer die pas in werking treedt als de gewone afvoer het water niet aankan. Dat gebeurt bij een verstopping of bij een extreme bui. De overstort zit meestal als rechthoekige opening of spuwer in de dakrand, net iets hoger dan het normale waterniveau. Zolang de gewone afvoer werkt, komt er geen water door. Stijgt het water op het dak, dan loopt het via de overstort weg voordat het te zwaar wordt of over de dakopstand heen loopt.

Noodoverstortopening in de dakrand

Is een noodoverstort verplicht?

Voor een deel van de platte daken wel. Volgens het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) moeten lichte platte daken met stalen dakplaten op een stalen draagconstructie naast de gewone hemelwaterafvoer een noodafvoersysteem hebben. Die eis vloeit voort uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de bijbehorende Eurocode-norm NEN-EN 1991-1-3, en is bedoeld om instorting door wateraccumulatie te voorkomen. De regel geldt bij nieuwbouw.

Heeft u een woning met een houten of betonnen plat dak, dan is een noodoverstort niet in alle gevallen voorgeschreven. Toch adviseren wij hem vaak, zeker bij daken met maar één afvoer, daken onder bomen en daken met een hoge dakrand rondom. Zit er maar één afvoer in en raakt die verstopt, dan kan het water nergens heen. Voor VvE’s en eigenaren van bedrijfspanden met grote platte daken is een noodoverstort een kleine investering tegenover de schade die een vol dak kan veroorzaken. Twijfelt u of uw dak eronder valt, vraag dan bij een renovatie of verbouwing na welke eisen voor uw situatie gelden.

Waar een goede noodoverstort aan voldoet

  • Voldoende capaciteit. Het Wavin-handboek noemt als uitgangspunt dat een overstortsysteem wordt berekend op een regenintensiteit van 500 liter per seconde per hectare, zodat ook bij extreme buien genoeg water weg kan.
  • De juiste hoogte. De overstort moet lager liggen dan de waterdichte aansluiting van de dakbedekking op de dakrand. Anders loopt het water eerder achter de dakbedekking dan door de overstort. Volgens de KUBR-publicatie over regenwaternoodafvoer is die toets in de rekenregels van NEN 3215 en NTR 3216 niet uitgewerkt, dus moet de dakdekker daar zelf op letten.
  • Zichtbaar uitstromen. Het water uit de overstort moet boven het maaiveld zichtbaar naar buiten komen. Ziet u water uit de overstort komen terwijl het niet extreem regent, dan weet u dat de gewone afvoer verstopt is.
  • Geen aansluiting op dezelfde leiding. Sluit u de overstort aan op dezelfde regenpijp als de gewone afvoer, dan raakt bij een verstopping in de leiding ook de noodafvoer geblokkeerd.

Verstoppingen voorkomen: wanneer laat u de afvoer controleren?

De meeste problemen met de waterafvoer van een plat dak zijn te voorkomen met regelmatige controle. Wij adviseren minstens één keer per jaar een controle, bij voorkeur in de late herfst als de bladeren gevallen zijn. Staan er bomen dicht bij het huis, dan is een tweede controle in het voorjaar verstandig. Na een zware storm of hagelbui is het goed om te laten kijken of er niets in de afvoer is gewaaid.

Laat de afvoer en het afschot daarnaast in deze situaties beoordelen:

  • u ziet na een bui plassen die er eerder niet waren;
  • de regenpijp loopt over of lekt bij de gevel;
  • u ziet vochtplekken of verkleuring op het plafond onder het platte dak;
  • het dak is vernieuwd of er is een extra laag dakbedekking op gelegd;
  • er komt een uitbouw, dakkapel of zonnepanelen bij die het waterpatroon veranderen;
  • u heeft een woning gekocht en weet niet in welke staat het dak is.

Een bladvanger of kiezelkorf op de afvoer houdt grof vuil tegen, maar raakt zelf ook vol. Daarom is schoonmaken onderdeel van ieder onderhoud. Ga bij een hoog dak of een glad, nat dakvlak niet zelf het dak op: werken op hoogte zonder valbeveiliging is gevaarlijk. Meer tips over het voorkomen van schade leest u in ons artikel hoe u problemen met uw dak voorkomt. Zit het probleem in de goot langs de rand, kijk dan bij een verstopte dakgoot.

Lekt het al, dan is snel handelen belangrijk. Water dat onder de dakbedekking komt, trekt in de isolatie en de houten dakplaten en blijft daar lang zitten. Op onze pagina over daklekkage verhelpen leest u hoe wij de bron opsporen en herstellen.

Gratis dakinspectie van uw platte dak

Twijfelt u of de waterafvoer van uw platte dak in orde is? Wij komen kosteloos een dakinspectie met foto’s uitvoeren. Wij kijken naar het afschot, de afvoeren, de aansluitingen bij de dakrand en de staat van de dakbedekking. Op de foto’s ziet u zelf wat wij zien, ook op plekken waar u niet kunt komen. Daarna hoort u wat er nodig is, of juist niet nodig is.

Moet er iets gebeuren, dan voeren onze eigen dakdekkers het werk uit. Wij werken niet met onderaannemers, voeren oude materialen zelf af en geven 15 jaar garantie op vrijwel al ons werk. Bij een acute lekkage na een zware bui staat ons spoedteam 24/7 klaar, met materiaal in de bus. U belt ons op 085 06 06 429.

Onze kijk op waterafvoer van platte daken

Bij inspecties zien wij steeds hetzelfde patroon. Het dak zelf is vaak nog prima, maar de afvoer is het zwakke punt. Eén verstopte afvoer op een dak zonder noodoverstort is genoeg om een dakrand vol te laten lopen. Daarom kijken wij bij elk plat dak eerst naar de route van het water: waar valt het, waar loopt het naartoe en wat gebeurt er als die route dicht zit.

Wij adviseren eigenaren ook om niet alleen te kijken naar de dakbedekking. Een nieuwe laag bitumen op een dak zonder goed afschot lost het probleem van staand water niet op. Bij een renovatie is het juist het moment om het afschot te verbeteren, de afvoer op de laagste plek te zetten en waar nodig een noodoverstort toe te voegen. Het dak ligt dan toch al open, dus dit is het eenvoudigste moment om de afwatering in één keer goed te regelen.

Voor VvE’s en beheerders van bedrijfspanden zeggen wij het nog duidelijker: laat de afvoeren vast controleren, ook als er geen klachten zijn. Op een groot dak ziet niemand een verstopping tot er water binnenkomt.

— Arno

Veelgestelde vragen

Hoeveel water mag er op een plat dak blijven staan?

Een paar ondiepe plassen die na een droge periode snel verdwijnen, zijn op een ouder dak niet direct een probleem. Blijft het water dagen staan, of wordt de plas groter, dan klopt het afschot of de afvoer niet. Bij een lichte dakconstructie van hout of staal laat u dit het beste snel beoordelen.

Wat is het verschil tussen een noodoverstort en een noodoverloop?

Er is geen verschil: beide woorden, net als noodafvoer, worden gebruikt voor dezelfde voorziening. Het is een extra afvoer in de dakrand die alleen water afvoert als de gewone afvoer het niet aankan.

Kan ik later nog afschot aanbrengen op mijn platte dak?

Ja, dat kan, meestal bij een renovatie van de dakbedekking. Een veel gebruikte methode is afschotisolatie: isolatieplaten die aflopen naar de afvoer. Zo verbetert u in één keer de afwatering en de isolatie van uw dak.

Welke diameter moet de regenpijp van een plat dak hebben?

Dat hangt af van het dakoppervlak, het aantal afvoeren en het type afvoer. De capaciteit wordt berekend volgens NEN 3215 en NTR 3216. Een dakdekker kan bij een inspectie beoordelen of de bestaande regenpijp groot genoeg is.

Hoe vaak moet de afvoer van een plat dak worden schoongemaakt?

Minstens één keer per jaar, bij voorkeur na de bladval in de herfst. Staan er bomen bij uw huis, dan is een extra controle in het voorjaar verstandig. Ook na een zware storm is het goed om de afvoer te laten nakijken.

Bronnen

Aanbevelingen